| Terug naar overzicht | Pagina uitprinten |

Informatiefolder

Allergie (algemeen)



Omschrijving
De medische term “allergie” is een samenvoeging van de griekse woorden “allos” , wat “veranderd” betekent en “ergos” , wat “reactie” betekent.
Een ALLERGISCHE REACTIE wordt omschreven als een veranderde wijze van reageren van het afweersysteem op onschuldige stoffen, afkomstig van buiten het menselijk lichaam, die het afweersysteem ten onrechte als gevaarlijk beschouwt. Het afweersysteem zorgt onder normale omstandigheden ervoor dat lichaamsvreemde en mogelijk ziekteverwekkkende organismen die ons lichaam binnendringen (bijvoorbeeld bacteriën en virussen), worden opgeruimd. Bij een allergische reactie is het afweersysteem dus ontspoord.
We spreken pas van een ALLERGIE, als de betreffende onschuldige stof (= genaamd het ALLERGEEN), een reactie van het menselijk afweersysteem veroorzaakt die leidt tot lichamelijke klachten (bijv. galbulten of hooikoorts).

SOORTEN ALLERGENEN
Allergenen zijn stoffen van buiten het menselijk lichaam die aanleiding kunnen geven tot allergische klachten. De bekendste allergenen zijn:
- Ingeademde allergenen, bijv. huisstofmijt, huisdieren, schimmelsporen en de bekendere boom-en graspollen)
- Voedingsmiddelen, bij kinderen voornamelijk koemelk en kippe-eiwit en bij volwassenen hazelnoot, pinda en appel.
- Insecten; het gif van wespen en bijen.
- Medicijnen ; de bekendste zijn de penicillines, pijnstillers en spierverslappende middelen (gebruikt bij operaties)
- Contactallergenen, waaronder nikkel en parfumstoffen.
- Stoffen die in bepaalde beroepen voorkomen; het gaat hier om stoffen die ingeademd worden of direct op de huid terecht kunnen komen.

VORMEN VAN ALLERGISCHE REACTIES
De twee belangrijkste allergische reacties zijn:
- DE DIRECTE TYPE ALLERGIE (=TYPE I) EN ATOPIE
Hierbij ontstaan de klachten al een tiental minuten tot enkele uren na blootstelling aan het allergeen. Bij de directe type allergie speelt “atopie” een belangrijke rol. ATOPIE is de aangeboren aanleg om allergisch te reageren volgens het directe type allergie. Atopische mensen kunnen heel gemakkelijk IgE (= immunoglobuline type E) antistoffen aanmaken die reageren tegen een scala aan allergenen die in de omgeving aanwezig zijn (waaronder pollen, schimmels, huisstofmijt). Deze type allergie veroorzaakt ziekten als hooikoorts, allergisch astma en atopisch eczeem. Atopische mensen lijden vaak aan meerdere directe type allergiëen tegelijk; dit wordt het “atopisch syndroom” genoemd. Ook voedselallergie valt onder de directe type allergie.
- Bij HET VERTRAAGD TYPE (TYPE IV) ALLERGIE ontstaan de klachten pas 2 tot 3 dagen na blootstelling aan het allergeen. Deze vorm allergie ligt ten grondslag van de bekende contactallergie(bijv. nikkelallergie) en ook van diverse geneesmiddelen reacties.

SENSIBILISATIE , TOLERANTIE EN ALLERGIE
Ons afweersysteem komt dagelijks in kontakt met ontelbare onschuldige allergenen afkomstig van buiten het lichaam. Daarbij heeft het afweersyteem het allergeen leren herkennen, het in het geheugen opgeslagen en er specifieke antilichamen of witte bloedcellen (z.g.n. lymfocyten) tegen aangemakt. Dit proces heet SENSIBILISATIE.
Het feit dat uw afweersysteem tegen een allergeen gesensibiliseerd is wilt echter niet meteen zeggen dat u een allergie heeft ontwikkeld voor dit allergeen. Bij de meeste personen leidt een dergelijke kontakt namelijk tot TOLERANTIE. Dat wilt zeggen dat bij iedere volgend kontakt met het betreffende allergeen het afweersysteem niet zal reageren; het beschouwt dit allergeen als volkomen onschuldig.
Bij een ALLERGIE zal een volgende herkenning van dit allergeen wél leiden tot een reactie van het afweersysteem, met als gevolg lichamelijke klachten. De duur van de identifikatieperiode, dus de tijd die nodig is om voor een allergeen overgevoelig te worden, varieërt van persoon tot persoon (van een paar dagen tot meerdere jaren).

PSEUDOALLERGIE
Van een pseudoallergie spreken we wanneer een stof van buiten het lichaam (bijv. een geneesmiddel of voedingsmiddel) zonder tussenkomst van het afweersysteem dezelfde klachten als bij een echte allergie kan veroorzaken. De wijze van kontakt kan zijn via orale inname, via bloed of door inademen. Deze stoffen hebben een direkte invloed op de “mestcel”. Mestcellen bevatten stoffen (onder de microscoop te zien als “korrels”) die na vrijlating uit de cel aanleiding geven tot allergische klachten, zoals galbulten, niezen, kortademigheid etc..). Eén van deze stoffen is histamine. Bij een echte allergie wordt komt dit proces van vrijlating (medische term “degranulatie”) pas tot stand na binding van allergeen specifieke IgE antistoffen aan de mestcel. Bij een pseudoallergie gebeurt deze vrijlating dus direkt.
Klik hier voor een lijst van stoffen die een pseudoallergie kunnen uitlokken.
Indien u voor één van de genoemde stoffen een pseudoallergie heeft ontwikkeld wilt dat niet meteen zeggen dat u voor alle stoffen een pseudoallergisch zult reageren !

KRUISALLERGIE
Bij het directe type allergie worden in het lichaam antistoffen gemaakt van het type IgE die specifiek gericht zijn tegen het allergeen. Deze IgE antistoffen herkennen soms ook vergelijkbare (delen van) eiwitten die in andere middelen aanwezig zijn, zoals voedingsmiddelen. Dit verschijnsel noemen we “kruisallergie”. Het klinische belang van een kruisallergie is niet altijd goed te voorspellen bij de individuele patiënt. Er kan een scala aan klachten optreden variërend van milde eczeem en galbulten tot aan “oraal allergie syndroom” ( = jeuk en zwelling mond-en keelholte) maagdarmklachten, ademhalingsproblemen tot zelf anafylactische shock.

Hoe ontstaat het
1. ERFELIJKE FACTOREN
De oorzaak voor het ontwikkelen van een allergie is niet volkomen duidelijk. Wel staat vast dat erfelijke aanleg een rol speelt. Een kind van niet-allergische ouders heeft ongeveer 10% kans om een allergie voor een eiwit te ontwikkelen; heeft het een allergisch broertje of zusje, dan 20%. Een kind met één allergische ouder heeft 40% kans op een allergie voor een eiwit, een kind met twee allergische ouders 60%.
Voor welk eiwit -en daarmee voor welk voedingsmiddel of andere stof - een kind allergisch wordt, is niet erfelijk bepaald, maar afhankelijk van de stoffen waarmee het wordt grootgebracht. Ook in het ontstaan van allergieën voor andere stoffen dan eiwitten speelt erfelijkheid
een rol, maar welke is nog niet duidelijk.

2. OMGEVINGSFACTOREN : DE HYGIËNE HYPOTHESE
Er zijn aanwijzingen dat minimaal 3 veranderingen in onze omgeving een rol spelen: het afnemen van het aantal kinderziekten en andere aandoeningen die kinderen doormaken (mede door vaccinaties); de verbetering van de hygiëne; en de verbetering van de voeding. Deze veranderingen zorgen er alle drie voor dat ons afweersysteem minder te doen heeft. Om iets om handen te hebben, zou het een allergie ontwikkelen. In de geneeskunde is deze theorie bekend als de “hygiëne hypothese”. Stress kan de klachten bij een bestaande allergie verergeren. Op de vraag of stress iemand een allergie kan bezorgen is nog geen antwoord.

Wat zijn de verschijnselen
De verschijnselen bij een allergische reactie zijn in drie vormen onder te verdelen, naar de plaats waar de allergie tot uiting komt. Er bestaan luchtweg-, huid-, en maag-darm allergieën. De plaats waar de allergie tot uiting komt is vaak ook de plaats waar de stof die de allergie veroorzaakt het lichaam betreedt, maar dat hoeft niet. Je kunt huiduitslag oplopen van iets dat je op je huid krijgt, eet of inademt. De stoffen die een allergische reactie veroorzaken zijn vaak eiwitten, zoals die in ons voedsel zitten en ook in bijvoorbeeld kattenharen, stuifmeel en sommige medicijnen. Daarnaast kunnen bepaalde andere stoffen een allergische reactie geven: bijvoorbeeld nikkel en de stoffen die worden toegepast bij de productie van rubber (latex) artikelen en leer.
De allergische reactie op eiwitten treedt onmiddellijk op na het binnendringen en kan zeer hevig zijn. Het is vooral deze snelle reactie die zich vaak niet beperkt tot de plaats van binnendringen, maar zich door het hele lichaam verbreidt. In zeldzame gevallen zijn de gevolgen zeer ernstig: de bloeddruk daalt en het slachtoffer verkeert in shocktoestand. Dat kan fataal zijn. Vooral wespen- en bijensteken en voedingsmiddelen als pinda's, noten, zaden, schelpdieren, melk, eieren en selderij kunnen zo'n hevige reactie uitlokken. Wie voor deze voedingsmiddelen allergisch is en al eens zo'n shock heeft doorgemaakt moet daarom erg uitkijken. ( Voor meer informatie lees “Anafylaxis”)
De allergische reactie op andere stoffen dan eiwitten is meestal trager van aard. Zij komt één tot drie dagen na het contact met de veroorzakende stof en leidt niet tot shock.

1. LUCHTWEGALLERGIEËN.
Stuifmeel, honden- en kattenharen en de huisstofmijt kunnen allemaal een allergische reactie van de luchtwegen veroorzaken. Zo'n aanval lijkt op een verkoudheid: loopneus, rode kriebelogen, hoesten en benauwdheid. maar kan ook tot allergische astma leiden. Eén van de bekendste luchtwegallergieën is die voor stuifmeel oftewel pollen, en staat bekend als “hooikoorts”.
Een allergische reactie van de luchtwegen kan ook worden veroorzaakt door iets dat wordt gegeten of gedronken in plaats van ingeademd, bijvoorbeeld pinda's of melk. Dat is echter zeldzaam.

2. HUIDALLERGIEËN.
Een allergische reactie van de huid uit zich in de vorm van huiduitslag oftewel eczeem: roodheid, jeuk, zwellingen, schilfers en korsten. De oorzaak is heel vaak een stof die wordt gegeten of ingeademd. Zo vertonen veel zuigelingen en jonge kinderen die allergisch zijn voor koemelk, huiduitslag.
Ook het directe contact van de huid met bepaalde stoffen kan tot een allergische reactie van de huid leiden. Zo krijgen sommige mensen huiduitslag als ze latexhandschoenen aantrekken, een groeiend probleem voor artsen en verpleegkundigen. De reactie kan worden opgeroepen door latex zelf. en ook door kleine hoeveelheden erin achtergebleven stoffen (toevoegsels) die zijn gebruikt bij de productie. In het eerste geval is de allergische reactie van het snelle en hevige type. In het laatste van het trage. Ook de stoffen die worden toegepast bij het looien van leer en achterblijven in leren kleding of toebehoren kunnen een allergische reactie oproepen.
Zonlicht kan eveneens een allergische reactie van de huid veroorzaken. Het zonlicht zet dan bijvoorbeeld bestanddelen van parfums en zonnebrand crèmes om in een stof die de allergische reactie veroorzaakt. Het kan dit ook doen met stoffen in het lichaam, bijvoorbeeld antibiotica. De reactie is van het vertraagde type.
De zon kan zelfs bestanddelen van de huid zo aantasten, dat het lichaam er een afweerreactie tegen begint. Deze reactie kan zo hevig zijn en al door zo weinig zon in gang worden gezet, dat de slacht- offers geen stap buiten de deur kunnen doen. Maar meestal is het minder dramatisch en blijft het bij wat lokale uitslag en zonnebultjes.
(Voor meer informatie lees “Contactallergie”)

3. MAAG-DARMALLERGIEËN.
De eiwitten in allerlei voedingsmiddelen kunnen wie er allergisch voor is hevige maag- en darmklachten bezorgen. Die gaan gepaard met kriebel en zwellingen in de mond, overgeven, krampen en diarree. Zulke voedselallergieën worden vooral veroorzaakt door koemelk, sojabonen, pinda's. noten. vis en schaaldieren, kippeneieren en gluten. Het gaat hierom de snelle en hevige reactie die fataal kan aflopen.
Omdat sommige bestanddelen van appelen, kersen, noten en wortels sterk op pollen lijken, kan wie allergisch is voor pollen ook van dit fruit een allergische reactie oplopen, in de vorm van zwellingen en kriebel in de mond. Om soortgelijke redenen bezorgen avocado, banaan en kiwi mensen die allergisch zijn voor latexhandschoenen maagklachten en kriebel in de mond. Dit fenomeen noemen we “kruisallergie”.

Hoe wordt de diagnose gesteld
HET ALLERGIE ONDERZOEK BIJ DE HUIDARTS
Er bestaat geen test om een pseudo-allergische reactie aan te tonen.

TESTEN VOOR HET AANTONEN VAN EEN TYPE-I-ALLERGIE

1. HUIDTESTEN
A. De huidpriktest. Hierbij brengt de verpleegkundige het opgeloste allergeen aan in een druppel op de binnenzijde van uw onderarm , waarna hij/zij er met een lancetje een prikje in geeft. Na 20 minuten wordt de test beoordeeld.
B. De intracutane test. Hierbij wordt het allergeen in een oplossing oppervlakkig in de huid ingespoten.
Bij zowel de huidpriktest als de intracutane test worden een positieve controle (= oplossing bevattende histamine) én een negatieve controle (= oplossing waarin het allergeen opgelost is) in de test meegenomen. Na 20 minuten wordt de test beoordeeld.
Beide testen A en B worden op dezelfde manier beoordeeld:
Indien er een duidelijke kwaddel ontstaat op de plaats waar het allergeen is ingeprikt of ingespoten, kan er sprake zijn van een allergie van het directe type voor dat allergeen.
In het algemeen is een kwaddelgrootte < 5 mm dubieus, een kwaddelgrootte > 5 mm met roodheid aan de rand is positief.

2. BLOEDTEST
In het bloed kunnen de specifieke IgE antistoffen tegen het verdachte eiwit worden aangetoond. De betrouwbaarheid van het bloedonderzoek is echter minder dan die van de huidtesten. De bloedtest wordt slechts als aanvullende test uitgevoerd.
LET OP: Door kruisallergie zijn huid-en bloedtesten soms positief zonder dat er sprake is van een klinisch relevante allergie voor de geteste allergenen. De resultaten van de testen moeten dus altijd worden teruggekoppeld aan het huidig klachtenpatroon.

TESTEN VOOR HET AANTONEN VAN EEN TYPE-IV-ALLERGIE

PLAKPROEVEN
Hierbij gaat het om de bekende “plakproeven”. U maakt 3 afspraken in 1 week (meestal maandag , woensdag en vrijdag). Op de eerste dag worden de te testen stoffen in kleine "kamertjes" met pleisters op de rug geplakt. Op de tweede en vierde dag worden de pleisters weer verwijderd en de test afgelezen. Een test is positief als het opgebrachte materiaal (allergeen) ter plaatse een ontstekingsreactie veroorzaakt.
Bij foto-allergisch contacteczeem zullen de tests ook nog met ultraviolet-licht belicht moeten worden. Indien gedacht wordt aan stoffen die op uw werk voorkomen, kan het zijn dat u gevraagd wordt een monster van de stoffen waar u mee werkt mee te brengen. Na op de juiste wijze verdund te zijn, kunnen dergelijke stoffen gebruikt worden om te testen. Vaak zal u gevraagd worden om uw cosmetica, toiletartikelen en geneesmiddelen die u gebruikt mee te brengen. Het kan nodig zijn deze producten eveneens te testen.

Wat is de behandeling
A. VERMIJDEN VAN HET ALLERGEEN
Vermijding van het oorzakelijke allerge(e)n(en) vormt de basis van de behandeling van allergische aandoeningen. Van uw arts krijgt u een lijst van stoffen die u zoveel mogelijk dient te vermijden. In de praktijk is dit niet niet even gemakkelijk, maar voor mensen die een anafylactisch shock hebben doorgemaakt wel noodzakelijk.

HYPOALLERGENE PRODUKTEN
Voor de algemene verzorging van uw huid raden we u aan om hypoallergene produkten te gebruiken. Voorbeelden hiervan zijn produkten met het merk Neutral®, Dermolin ® of pH-5 Eucerin®.

B. VERMINDERING VAN DE KLACHTEN
1. Hyposensibilisatie
Het doel van hyposensibilisatie is de patiënt minder gevoelig te maken voor het oorzakelijke allergeen. Het maakt de patiënt dus niet 100% ongevoelig !
Op regelmatige tijdstippen wordt hierbij een steeds grotere hoeveelheid van het allergeen ingespoten. De samenstelling van het ingespoten mengsel hangt af van het aantal allergenen waarvoor de patiënt overgevoelig is. Het aantal allergenen in het mengsel is echter beperkt tot 2 of 3. Recentelijk is het ook mogelijk om hyposensibilisatie uit te voeren door middel van het dagelijks druppelen van dit mengsel onder de tong (zgn. “sublinguale methode”).
Niet iedereen is geschikt voor een dergelijke kuur. De behandeling duurt namelijk lang (ongeveer 3 jaar) en heeft daarbij soms ook een aantal bijwerkingen. Dit geldt ook voor de nieuwere sublinguale methode. Tot nu toe zijn de beste resultaten verkregen met huisstofmijt en pollen.
2. UV-gewenningskuur
Tegen zonneallergie wordt soms een therapie met oplopende hoeveelheden ultraviolette straling uitgeprobeerd. Dit noemen we een gewenningskuur.
3. Natriumcromoglycaat.
Deze middelen dienen ruim een maand vóór het hooikoortsseizoen te worden gebruikt om allergische klachten te helpen voorkómen.

2. Symptoombestrijding
- Antihistaminica zijn medicijnen die je kunt innemen om verschijnselen van een allergische reactie te voorkomen of te verminderen als deze optreden
- Bij heftige allergische reacties wordt soms een stootkuur gegeven met corticosteroïden, waar onder het middel prednison.
- Bij mensen met een luchtwegallergie worden middelen voorgeschreven die de luchtwegen verwijden. Ook fysiotherapie (w.o. ademhalingsoefeningen) wordt aanbevolen bij luchtwegklachten.
- Veel mensen met een allergie zoeken hun heil in de alternatieve geneeskunde. Er bestaan echter geen (goede) wetenschappelijke studies om de vermeende gunstige resultaten van alternatieve middelen te bevestigen.

C. NOODBEHANDELING
1. “Epinefrine auto-injector(noodpen)”.
Personen met een eerdere doorgemaakte anafylactische shock dienen een noodpen te worden voorgeschreven
2. Spoedeisende hulp
Bij een dreigende anafylactische shock dient u zo snel mogelijk naar de spoedeisende hulp te gaan van het dichtstbijzijnd ziekenhuis om adequaat te worden behandeld.

Wat kunt u zelf eraan doen
Lees bij “de behandeling” onder punt “ A. VERMIJDEN VAN HET ALLERGEEN ”.

Wat zijn de vooruitzichten
Een allergie voor een bepaalde stof of voedingsmiddel behoudt u meestal LEVENSLANG. Het is daarom zaak om de leefregels die u van uw huidarts heeft gekregen goed op te blijven volgen en zoveel mogelijk contact met de genoemde stoffen of voedingsmiddelen te blijven vermijden.


Gebruikte literatuur:
- De Consumentengids Allergie
- van Wijk RG, de Groot H. Allergie . Over hooikoorts, astma, eczeem en andere aandoeningen. Inmerc BV, Wormer, 4e druk, oktober 2002 (uitgave van UCB Pharma).

| Disclaimer | Pagina uitprinten |
[created: 10/11/2002]