|
De huid is het grootste orgaan van het menselijk lichaam. Bij de volwassene is het oppervlak 1.5 - 2.0 m2 . Het gewicht van de huid, inclusief het onderhuids bindweefsel is 15-20 kg . De huid beschermt tegen allerlei invloeden van buitenaf. Ze bestaat uit drie delen. Het bovenste (=buitenste) gedeelte wordt gevormd door de opperhuid: de epidermis. Daaronder ligt de lederhuid: het corium of de dermis. Deze lagen vormen de huid in engere zin. Het onderste gedeelte is het onderhuidse bindweefsel: de zogenaamde subcutis (bindweefsel is weefsel dat dient tot verbinding en steun van andere weefsels en organen). Onder de subcutis bevindt zich de vetlaag. In de huid bevinden zich ook huidaanhangsels: talgklieren, zweetklieren, haarwortels en plaatsen waar nagels worden aangemaakt worden, het nagelbed. Deze structuren worden één voor één besproken. De nummers komen overeen met de nummers in Figuur A.
De epidermis (No.
10) bestaat voor het grootste deel uit één type cel: de
keratinocyt. Doordat de cellen in de basale laag zich voortdurend delen en deze uiteindelijk aan de bovenkant afschilferen, vernieuwt de opperhuid zich ongeveer één keer per maand. Het vermogen tot aanmaak van nieuwe cellen in de basale laag, maakt dat de huid bij een verwonding vrij snel dichtgroeit. De delingsactiviteit van de basale laag wordt door verschillende factoren bepaald. Bij jonge mensen verloopt de celdeling sneller dan bij ouderen. De afschilfering aan het oppervlak is, behalve op het behaarde hoofd bij roos en bij bepaalde huidziekten (zoals psoriasis), gewoonlijk niet zichtbaar. De opperhuid vormt in zijn geheel een natuurlijke barrière tegen chemische stoffen en fysische invloeden zoals zuren, tegen uitdroging en beschadiging door zonlicht. De huid beschermt ons ook tegen het binnendringen van bacteriën, schimmels en virussen. [ terug ] NORMALE PIGMENTATIE VAN DE HUID De kleur van de huid
wordt voor een groot deel bepaald door het aanwezige pigment. Pigment
of melanine is een bruine kleurstof die wordr aangemaakt door de pigmentcellen
( melanocyten) in de basale laag van de oppcrhuid. In de melanocyt wordt
de pigmentkleurstof; het melanine, verpakt in kleine bolletjes, de melanosomen
(pigmentkorrels). en zo afgegeven aan de hoorn- cellen (keratinocyten)
van de huid. Pas wanneer het pigment zich in deze hoorncellen bevindt,
is een huid zichtbaar gepigmenteerd. Ieder mens, blank of donker, heeft
ongeveer evenveel pigmentcellen. De activiteit van deze pigmentcellen
en de hoeveelheid en rijpheid van de melanosomen bepalen iemands huidskleur.
Bij donkere rassen bevatten de pigmentcellen veel meer en rijpere melanosomen
en zijn ook de hoorncellen veel voller beladen met melanosomen dan bij
blanke rassen.; Onder invloed van zonlicht neemt de activiteit en de pigmentproduktie
van de Behalve in de huid
worden er ook pigmentcellen aangetroffen in de haarfollikels, slijmvliezen,
het zenuwstelsel, het oog, het oor, en de hersenen. Alleen de pigmentcellen
in de huid en de haarfollikels hebben een voor ons zichtbare functie.
Ze bepalen namelijk de kleur van onze huid en haren.
|
|||
|
|||