|
De Babyhuid
DE
BABYHUID
A. SCHOONHEIDSFOUTJES
Vlak na en de dagen na de geboorte zie je niet meteen
het spreekwoordelijke "babyhuidje". Er vallen
een aantal “schoonheidsfoutjes” op:
- De vernix
De huid van de baby is nog bedekt met “vernix
caseosa”. Dit is een witachtige troebele slijm
die de babyhuid heeft beschermd in de baarmoeder.
Je hoeft dit vernixlaagje niet af te vegen omdat
deze laag vanzelf na een paar dagen afslijt. Door
dit vernixlaagje blijft de huid maximaal 72 uur
beschermd. Je hoeft dus de babyhuid in eerste dagen
niet in te smeren met babyolie.
- Onschuldige huidverkleuringen
- Blauwpaarse verkleuringen. Deze zogenaamde “acrocyanose”
zien we gedurende het eerste 48 uur. Het is vooral
opvallend in de handpalmen, op de voetzolen en rondom
de mond. Het is een volkomen onschuldige fenomeen
en heeft niets te maken met zuurstoftekort. Deze
verkleuring vermindert spontaan bij een hogere omgevingstemperatuur.
- Marmerhuid. Bij afkoeling van de huid, bijvoorbeeld
direct na het badje, ontstaat er in de babyhuid
een blauwpaarse netvormig- of marmer patroon. Dit
verschijnsel noemen we “cutis marmorata”.
Het kan worden beschouwd als een normale reactie
van de babyhuid op verlaging van de omgevingstemperatuur.
De neiging van de babyhuid om dit marmerpatroon
te vertonen kan nog enkele weken blijven bestaan
en hoeft niet te worden behandeld. Ook deze verkleuring
verdwijnt na opwarmen van de huid.
- Roodheid. De huid van vele pasgeboren baby’s
vertoont in meer of mindere mate wegdrukbare rode
vlekken, die weer na 48 uur spontaan verdwijnen.
Ook hier hoef je niet mee naar de dokter.
- Harlekijnkleurverandering. Bij dit fenomeen zien
we een opvallend kleurverschil tussen de beide lichaamshelften
wanneer de baby op de zij ligt. De bovenzijde is
namelijk bleker en de onderzijde felrood met een
vrij scherpe scheidingslijn in het midden. Deze
kleurverandering duurt tussen de halve minuut en
20 minuten. De baby kan 1 of meerdere van deze episodes
meemaken, meestal tot in de 4e levensweek. Dit verschijnsel
komt voor bij 5 tot 10% van alle pasgeborenen. De
kleurverandering wordt waarschijnlijk veroorzaakt
door onrijpheid van het zenuwstelsel waardoor het
open en dichtgaan van de bloedvaatjes van de huid
nog niet goed wordt gereguleerd.
- Haren
- Lanugohaar. Op het lichaam van de baby is een
laagje fijn donsachtig haar aanwezig, dat lanugo
haar wordt genoemd. De functie van dit haar is waarschijnlijk
om warmte vast te houden. Het lanugo haar wordt
in de eerste levensweken vervangen door nieuw haar.
- Hoofdhaar. Het haar kan erg verschillen van baby
tot baby: sommige baby’s hebben een mooi kaal
bolletje en anderen worden geboren met een weelderige
haardos. De haren bij de geboorte zullen allemaal
geleidelijk uitvallen en vervangen worden door nieuw
haar. De kleur en textuur van het nieuwe haar kunnen
erg verschillen van het eerste haar.
- Nagels
De baby kan bij de geboorte al lange nageltjes hebben.
Het advies is om deze niet meteen kort te knippen,
omdat er gemakkelijk wondjes kunnen ontstaan. Wanneer
de baby zichzelf krabt door onhandige bewegingen
te maken, kunnen de nageltjes voorzichtig bijgevijld
worden met een speciaal babyvijltje.
B. FUNCTIES VAN DE BABYHUID
De kwaliteit van de huid van een pasgeboren baby wordt
bepaald door de rijpheid van het kind. Te vroeg geboren
kindjes hebben daardoor te maken met een ontwikkelingsachterstand
van de huid.
De opperhuid
De opperhuid beschermt het individu van schadelijke
invloeden van buitenaf, waaronder schadelijke stoffen,
bacteriën en virussen en trauma. Ook voorkómt
de opperhuid dat belangrijke stoffen vanuit het lichaam
naar buiten gaan, waaronder water en eiwitten. De
opperhuid vervult dus een belangrijke barrièrefunctie.
De opperhuid van de baby (± 0.4 mm) is echter
vier tot vijf keer dunner dan de volwassen huid (±
2.0 mm). Verder zitten de huidcellen nog niet zo dicht
op elkaar als bij volwassen huid en is de hoornlaag
nog niet dik genoeg. Hierdoor is de babyhuid nog heel
“open”. Hoe jonger de baby hoe dunner
en onrijper de opperhuid en daardoor hoe slechter
de barrièrefunctie. De hoornlaag wordt gedurende
de eerste weken steeds dikker omdat de huid in contact
komt met allerlei voorwerpen in zijn omgeving . Na
ongeveer 4 weken heeft de hoornlaag al dezelfde eigenschappen
als de volwassen huid.
- Waterverlies
Premature baby’s hebben door een slechtere
barrièrefunctie problemen met de vochtregulatie
van de huid. De kans op uitdroging is daardoor groter
ten opzichte van een op tijd geboren baby. Premature
baby’s worden daarom vaak nog de eerste dagen
in een couveuse gelegd waarin de luchtvochtigheid
kunstmatig hoog wordt gehouden. Hierdoor wordt er
voorkomen dat er teveel water vanuit de baby naar
de omgeving ontsnapt. Ook op tijd geboren baby’s
kunnen problemen hebben met de waterhuishouding.
De opperhuid is nog niet goed in staat om water
vast te houden. Wanneer de baby een droge, schilferige
huid vertoont, mag je deze dus gerust verzorgen
met badolie en een vochtinbrengende zachte crème.
- Temperatuurregulatie
De baby heeft moeite om de temperatuur te reguleren.
Hiervoor zijn 2 oorzaken te noemen:
- De baby heeft een relatief groot lichaamsoppervlak,
waardoor er relatief meer water verdampt. Verdamping
van water leidt tegelijkertijd tot verlies van warmte.
- De baby is nog niet in staat om water vast te
houden.
Door deze factoren treden er meer temperatuurschommelingen
op. In een warme omgeving zal de baby meer gaan
zweten, waardoor de temperatuur sneller zal kunnen
dalen. Om deze reden wordt dan ook aangeraden om
baby’s niet te dik aan te kleden of te dicht
bij een warmtebron (radiator) te leggen
- Opname van stoffen
Omdat de barrièrefunctie nog niet optimaal
is kunnen lokaal aangebrachte middelen sneller door
de huid worden opgenomen. Hiermee moet rekening
worden gehouden bij het toepassen van bijvoorbeeld
medicinale zalven.
- Trauma’s aan de huid
De huid van premature baby’s die opgenomen
zijn in de couveuse worden vaak beplakt met elektrodes
van monitoren of pleisters om infuusnaaldjes vast
te plakken. Bij het verwijderen van deze materialen
treedt er een “stripping effect” op
waardoor de opperhuid die al dun is nog dunner wordt
gemaakt. De kans op waterverlies en ook op bacteriële
huidinfecties kan hierdoor juist toenemen.
De lederhuid
De structuren zoals zweetklieren en pijnzenuwen zijn
al vroeg ontwikkeld bij de pasgeborene.
- Zweten
De zweetklieren zijn zowel voor de premature baby
als de normale baby goed aangelegd. Het zweten op
zich is echter nog niet functioneel, d.w.z. dat
het zweten op zich niet leidt tot relevante afkoeling
van het lichaam. De normale baby zweet wel als reactie
op een warme omgeving, de premature baby echter
niet. Dit laatste heeft geen belangrijke betekenis
voor de temperatuurregulatie.
- Pijn
Pijnzenuwen zijn al aanwezig, ook bij de premature
baby. Deze kunnen dus al pijn voelen. Ook hebben
baby’s al vroeg een geheugen voor pijn; zij
kunnen eerder geleden pijn later wel weer herinneren.
- Zintuigen
Ook de gevoelszenuwen en tastlichaampjes zijn al
vroeg ontwikkeld. Het aanraken van scherpe voorwerpen
vindt de baby niet fijn maar warme handen op de
huid vindt hij erg prettig. Ook het masseren met
een babyolie vindt de baby erg aangenaam. De huid
is dus eigenlijk het enige zintuig dat meteen na
de geboorte klaar is om zijn functie te vervullen.
Dit in tegenstelling tot de oogjes en de oortjes,
die ‘aan de buitenkant’ wel gevormd
zijn, maar nog niet voldoende goed werken. De baby
kan immers nog niet voorwerpen en mensen op afstand
goed scherp zien. Ook geluiden (hoge of lage tonen)
kan de baby nog niet goed verwerken. Maar met zijn
huid ervaart hij direct na de geboorte het verschil
tussen warmte en kou, zachte en harde materialen
en wollen of katoenen kleding. Studies hebben verder
aangetoond dat een goed contact via de huid ook
een gunstig effect heeft op de gezondheid en het
welzijn van de baby. Baby’s die bijvoorbeeld
regelmatig worden gemasseerd, groeien over het algemeen
sneller en hebben een hoger gewicht. Het masseren
met een zachte oliegel vindt de baby tevens erg
aangenaam.
|