image

image

image

INVLOED VAN DE ZON OP DE HUID

De zon vormt het centrum van ons zonnestelsel en heeft een dwarsdoorsnede 109-maal zo groot als die van de aarde. Door verschillende reacties in het binnenste van de zon ontstaat een grote hoeveelheid energie die in alle richtingen van het zonnestelsel wordt uitgezonden. Slechts een klein deel van deze energie bereikt als zonnestraling onze aarde en is daarmee een geliefd onderwerp voor gesprek, zowel voor voor- als tegenstanders van zonnestraling.
Iedereen kent de regenboog die ontstaat wanneer de zon doorkomt op een regenachtige dag. Aan de hand van de regenboog wordt duidelijk dat zonlicht niet wit is, maar is opgebouwd uit verschillende kleuren licht in de volgorde blauw, groen, geel, oranje en rood. Meer kleuren dan in de regenboog bestaan er in ons heelal niet. Alle andere kleuten die we waarnemen, zijn mengsels van deze vijf kleuren die het zichtbare deel van de regenboog vormen. Dc regenboog is echter breder dan wij met het oog kunnen waarnemen. Aan de blauwe kant van de boog bevindt zich nog de ultraviolette straling en aan de rode kant de infrarode srraling. Deze beide stralingssoortcn zijn de onzichtbare delen van de regenboog. Ongeveer vijftig procent van de zonnestraling bestaat uit infrarood, vijfenveertig procent uit zichtbaar licht en vijf procent uit ultraviolette straling.

ULTRAVIOLETTE STRALING

De straling die in het dagelijks leven de meest directe gevolgen heeft, is de ultraviolette straling.
Ultraviolette straling is evenals de infrarode straling niet zichtbaar voor het menselijk oog. Infrarode straling kun je wel voelen: het is de warmte die je voelt wanneer je je lichaam aan de zon blootstelt. Ook andere warmtebronnen zoals een open haard of straalkachel zenden infrarode straling uit.

Ultraviolette straling kun je noch zien, noch voelen. Dit maakt deze stralingssoort zo verraderlijk. Pas een dag nadat je te veel ultraviolette straling hebt gehad, zie en voel je de gevolgen. De huid wordt dan rood en voelt branderig aan, een verschijnsel dat we kennen als zonnebrand (lees verder).
Men verdeelt de ultraviolette straling onder in ultraviolet-A (UV-A), ultraviolet- B (UV-B) en ultraviolette-C (UV-C). Deze onderverdeling heeft te maken met de golflengte van de straling. UV-A is het langgolvige licht en UV-B het kortgolvige licht. Onder UV-B komt het UV-C met nog kortere golven maar deze straling wordt volledig door de ozonlaag geabsorbeerd en bereikt her aardoppervlak niet. Wij hebben dus alleen te maken met de effecten van UV-B en UV-A.

ULTRAVlOLET-B

Van de UV-B-stralen wordt ongeveer zeventig procent door de hoornlaag tegengehouden. Slechts twintig procent bereikt de diepere delen van de opperhuid en maar tien procent dringt door tot in de lederhuid. De UV- B straling is voornamelijk verantwoordelijk voor het rood worden van de huid (erytheem) en het bruiningsproces. De UV-B stralen beschadigen de cellen in de opperhuid waarbij stoffen vrijkomen die de bloedvaten in de lederhuid doen verwijden. Het resultaat is een voor het oog zichtbare roodheid van de huid. Daarnaast prikkelt UV-B de pigmentcellen en zet deze aan tot de vorming van pigment (melanine).

ULTRAVIOLET-A

Van het UV-A dringt twintig tot dertig procent door tot in de lederhuid, afhankelijk van de pigmentatie en daarmee filterende werking van de opperhuid. Veel meer dus dan bij UV-B het geval is. UV-A-straling is echter veel zwakker dan UV-B. Om eenzelfde graad van roodheid op te wekken is duizendmaal meer UV-A nodig dan in geval van UV-B. Nu is het zo dat één dag zonlicht duizendmaal zo veel UV-A bevat als UV-B. Beschermt men zich alleen tegen de UV- B-stralen, dan kan men aan het einde van de dag toch verbrand zijn, maar dan door de UV-A stralen. Daarom is het dus zo belangrijk dat een zonnebrandwerend middel zowel bescherming biedt tegen de UV-A- als de UV-B-stralen.
Het mechanisme dat leidt tot roodheid van de huid is in geval van UV-A waarschijnlijk anders dan in geval van UV-B. Aangenomen wordt dat de bloedvaten door UV-A direct geprikkeld worden, zonder tussenkomst van een chemische stof; waardoor verwijding optreedt. Men vindt bij UV-A-bestraling een uitgesproken reactie in de lederhuid. Huidverouderingsprocessen die zich vooral in de lederhuid afspelen (zoals actinische keratosen en elastosis), worden dan ook negatief beïnvloed door het UV-A.
De negatieve effecten van de zon worden tegenwoordig op alle mogelijke manieren besproken en via de media bekend gemaakt. Vooral de relatie tussen ultraviolet licht en huidkanker veroorzaakt veel onrust. Terecht wordt regelmatig gewezen op de risico's van overmatige blootstelling aan zonlicht. De scala zonnebrandwetende middelen waarmee men zich tegen de schadelijke gevolgen van de zon kan beschermen, wordt steeds uitgebreider.

HUIDTYPEN

Niet ieder mens reageert in dezelfde mate op blootstelling aan ultraviolet licht. Hoe de huid reageert, hangt af van het huidtype. Men onderscheidt zes verschillende huidtypen:

- Huidtype I: verbrandt altijd, wordt niet bruin;
- Huidtype II: verbrandt meestal, wordt een beetje bruin;
- Huidtype III: verbrandt zelden, wordt goed bruin;
- Huidtype IV: verbrandt nooit. wordt diep bruin (mediterrane type);
- Huidtype V: Aziatische type;
- Huidtype VI: negroïde type.

Huidtypen I en II lopen de hoogste risico's op zonnebrand. Ook wordt aangenomen dat deze mensen bij een overmatige blootstelling aan zonlicht de grootste risico's lopen op het ontwikkelen van huidkanker. Voorzichtigheid en een goede bescherming tegen de zon zijn dan ook van belang. Mensen met huidtype III en IV kunnen in het algemeen langer in de zon blijven en lopen minder risico's op huidkanker. Om vroegtijdige huidveroudering tegen te gaan, is een goede bescherming tegen de zon echter ook voor deze groepen van belang.

BRUINEN EN ZONNEBRAND

Iedereen heeft in zijn of haar leven wel eens een zonnebrand opgelopen. Een zonnebrand is een reactie van de huid wanneer deze te veel ultraviolette (=UV) straling van de zon krijgt. Per definitie kan dit dus bij iedereen optreden, bij zowel lichte als donkere huidtypen. Mensen met een donkere huidtype kunnen alleen langer in de zon verblijven zonder dat ze verbranden. De latijnse benaming voor zonnebrand is "dermatitis solaris".

Wie te lang in de zon ligt, verbrandt. De roodheid die bij zonnebrand ontstaat, is tussen elf en twee uur 's middags vooral te wijten aan UV-B en in de namiddag aan UV-A. Zonnebrand kan ook veroorzaakt worden door kunstmatige bruiningsapparatuur of tijdens lichttherapie vanwege een huidziekte. In de meeste gevallen zijn deze apparaten echter zodanig afgesteld dat onvoldoende straling wordt uitgezonden om verbranding te veroorzaken.

De verbranding door de zon wordt behalve door roodheid ook gekenmerkt door warmte, zwelling en pijn. Men kan vier graden van verbranding van de huid door zonnestraling onderscheiden:

GRAAD I
Er is een lichte roodheid die zes tot vierentwintig uur na de blootstelling aan zonlicht verschijnt. Het verdwijnt zonder afschilferen (vervellen) binnen één tot drie dagen.

GRAAD II:
Er is een vurige, warm aanvoelende, enigszins pijnlijke roodheid, die twee tot twaalf uur na blootstelling ontstaat. Het verdwijnt de derde dag met een lichte afschilfering en laat een tijdelijke pigmentatie achter.

GRAAD III:
De huid is roodblauw verkleurd, gezwollen en zeer pijnlijk. Vanaf de vierde dag ontstaat een totale afschilfering met een langdurige verkleuring van de huid en huidoneffenheden. Soms treedt een versterkte haargroei op in het betreffende gebied.

GRAAD IV:
Hierbij ontstaan blaasjes, gevolgd door afschilfering waarbij een vlekkige pigmentatie achterblijft.

VERSTANDIG ZONNEN

Wie voorzichtig met de zon omspringt, voorkomt verbranding en ontwikkelt een mooie bruine kleur. Toch moet men zich realiseren dat de zo begeerde bruine kleur in feite niets anders is dan een beschermingsmechanisme van het lichaam bij blootstelling aan zonlicht. Onder invloed van zonlicht gaan de pigmentcellen in de huid over tot het maken van pigmentkorrels die worden afgegeven aan de hoorncellen in de opperhuid. Dit pigment in de huid zorgt ervoor dat de grootste hoeveelheid ultraviolette straling wordt geabsorbeerd en gereflecteerd, waardoor minder schadelijke straling diep in de huid doordringt. Hoe bruiner de huid wordt, hoe beter deze beschermd raakt tegen de schadelijke straling. Daarnaast treedt bij regel matige blootstelling aan zonlicht een verdikking op van de opperhuid waardoor ook een verhoogde filtering en weerkaatsing van het licht optreedt. De pigmentatie en de verdikking van de huid samen, kunnen een bescherming tegen UV- straling veroorzaken met een factor van ongeveer twintig. In feite heeft iedereen die bruin is, zijn of haar huid zodanig aan de zon bloot gesteld dat het lichaam zich genoodzaakt zag zich tegen deze straling te beschermen. Klik hier voor tips voor verstandig zonnen.

| Disclaimer | Pagina uitprinten | Hoofdmenu de Huid |
(created: 9/03/03)
image