Huidaandoeningen

Wat is allergie voor kleding ? 

Allergie voor kleding

Geschat wordt dat ongeveer 2 tot 3 % van de bevolking een huidreactie op kleding heeft doorgemaakt, dat is meer dan 1 op de 50 mensen in Nederland. Helaas zijn deze cijfers niet erg betrouwbaar: veel mensen realiseren zich niet dat hun klachten veroorzaakt werden door een kledingstuk, of maakten er geen melding van en gooiden het kledingstuk gewoon weg.

Hoe ontstaat allergie voor kleding ?

MECHANISME VAN ONTSTAAN
Huidreacties op textiel betreffen in de meeste gevallen irritatiereacties. Een echte contactallergische reactie, en wel van het vertraagde type (type IV) reactie minder vaak voor. Factoren die een contactallergie kunnen bevorderen zijn overmatig zweten (hyperhidrosis), nauw aansluitende of nieuwe kledingstuk, geïrriteerde huid en atopische aanleg (gevoelige huid).

WELKE ALLERGENEN ZIJN VERANTWOORDELIJK ?
Kleding is opgebouwd uit verschillende bestanddelen met als belangrijkste de vezels, de kleurstoffen en de kwaliteitsverbeteraars. De laatste twee stoffen vormen de belangrijkste allergenen bij kledingallergie, zowel voor de consument als voor het personeel binnen de kledingindustrie.
1. De vezels
– De natuurlijke dierlijke vezels zoals wol en zijde (beiden van oorsprong ) en de natuurlijke plantaardige vezels zoals katoen en linnen (cellulose) veroorzaken maar zelden contactallergische reacties. Wel geven wol en zijde vaak aanleiding tot irritatiereacties bij mensen met een droge en/of atopische huid.
– De kunstmatige vezels zoals viscose, rayonne, acetaat en tri-acetaatvezels geven eveneens zelden contactallergische reacties
– De synthetische vezels  (deze zijn op chemische wijze gemaakt), zoals polyamide (nylon), polyester en acryl en polyurethaan (Lycra)  zijn meer elastisch en waterbestendig. Synthetische vezels kunnen ook irritatiereacties geven van  de gevoelige huid. Nylon bijv. neemt zweet niet goed op, waardoor jeukende bultjes kunnen ontstaan ten gevolge van verstopte zweetklierafvoergangetjes in de huid (= miliaria). Voor nylon zijn er in zeldzame gevallen contactallergisch reacties gemeld.
– Een bijzondere groep vormt de lederen kleding. Hiervoor is veel vaker contactallergie aangetoond en dan meestal op de rubbertoevoegingen zoals N-isopropyl-4-phenyleendiamine, thiurams, en de thioureaderivaten.
2. Kleurstoffen
– Kleurstoffen zijn bekende allergenen bij kledingallergie. Opvallend is dat het vaak patiënten betreft die erg dik zijn en overmatig transpireren. De huidreacties komt dan ook het meest in de oksels voor.
– De azo-kleurstoffen vormen de belangrijkste groep (zo’n 60 tot 70% van de gebruikte kleuren), gevolgd door de anthraquinonen.  Het blijkt dat zweet een belangrijke rol speelt in de overdracht van kleurstoffen van het kledingstuk naar de huid. De mate van fixatie van de kleurstof aan de vezels bepaalt de kleurvastheid en dus ook het risico op sensibilisatie voor dit kleurstof. Hoe kleurvaster de kleurstof, hoe minder kans er is op het ontstaan van huidreacties op die kleurstof
– Bij kleurstoffen die goed wateroplosbaar zijn, waaronder de “directe kleurstoffen” (o.a. Direct black 38, Direct Orange 34) komen contactallergische bijzonder weinig voor. Juist doordat ze wateroplosbaar zijn worden ze gemakkelijker weggewassen (met de was) of weggespoeld (door het zweet) waardoor het contact met de huid korter is. Directe neutrale of licht basische kleurstoffen worden toegepast bij plantaardige vezels (katoen), wol en leder. De zure en basische kleurstoffen worden vaak verwerkt in dierlijke vezels (wol, zijde) en sommige nylons en polyesters.
– De zgn. “vat-kleurstoffen” (zo genoemd omdat ze vroeger in houten vaten opgeslagen werden) die in katoenproducten veel worden toegepast, zijn slecht wateroplosbaar. Vatkleurstoffen hechten zich bijzonder goed aan wol, katoen en synthetische vezels. Eénmaal gebonden aan de vezels werken deze kleurstoffen niet sensibiliserend.
– Daarentegen komen contactallergische reacties op de slecht in water oplosbare “disperse kleurstoffen” met een azo, nitroarylamine, of anthraquinon chemische structuur wél vaker voor. In dit kader dienen vooral Disperse Blue 106 en 124, Disperse Red 1 en 17, Disperse Orange 3 en Disperse Yellow 3 genoemd te worden. Disperse kleurstoffen worden NOOIT toegepast bij 100% natuurlijke vezels.  Disperse kleurstoffen veroorzaken vaak contactallergie doordat ze frequent worden toegepast in populaire synthetische en semi-synthetische kledingstukken (bijv. nylonkousen) en doordat ze ten gevolge van wrijving vrij gemakkelijk worden vrijgemaakt uit de vezels.
– Patiënten die overgevoelig zijn voor azo-kleurstoffen in textiel zijn meestal gesensibiliseerd door para-phenyleendiamine (PPD), wat ontstaat als gevolg van splitsing van azo-kleurstoffen in de huid. Na deze sensibilisatie zijn vele andere para-phenyleenverbindingen in staat bij de patiënt allergische eczeemreacties te geven. Dit fenomeen staat bekend als “kruisovergevoeligheid”. Azo-kleurstoffen zitten bijvoorbeeld óók in haarverf, voedingsstoffen, fotografieproducten, leer en drukinkt. Na sensibilisatie kunnen dus ook overgevoeligheidsreacties optreden bij contact met deze kleurstofbevattende producten. Een positieve plakproef op para-phenyleenverbindingen (o.a. PPD en para-aminoazobenzeen) in de standaardreeks, kan dienen als indicator voor het bestaan van een allergie op één van de vele textielkleurstoffen.
3. De kwaliteitverbeteraars
Het gaat hierbij om stoffen die aan textiel worden toegevoegd om het kledingstuk kreuk- en krimpvrij en strijkbaar te maken. Ze worden ook wel “textiel afwerkingsharsen” genoemd (= “textile finishing resins”: TFR). Ook worden sommige kledingstukken met deze stoffen behandeld om ze te beschermen tegen ontaarding door licht, zweet, schimmels en gisten en om ze tevens brandwerend en waterafstotend te maken. Deze TFR worden voornamelijk toegepast op katoen, linnen, rayonne of gemengd katoen-synthetische stoffen. Alleen in uitzonderlijke gevallen worden wol, zijde en 100% synthetische stoffen ook hiermee behandeld.
– De belangrijkste contactallergeen in TFR is de wel bekende formaldehyde. Formaldehyde wordt gebruikt voor het kreukherstellend maken van textiel van cellulosevezels (katoen en linnen). Alleen het tijdens het gebruik uit de kleding vrijkomende formaldehyde is verantwoordelijk voor contactallergische of  toxische reacties. Daarnaast wordt formaldehyde gerekend tot de verdacht kankerverwekkende stoffen. Tegenwoordig wordt veel aandacht geschonken aan het zo min mogelijk vrij laten komen van formaldehyde, met als gevolg dat de frequentie waarin formaldehyde als oorzaak voor een kledingallergie gevonden wordt, de laatste tijd sterk afgenomen is. Wel is sensibilisatie voor formaldehyde mogelijk via contact met andere producten, zoals bijvoorbeeld cosmetica en shampoos, waarin formaldehyde wordt gebruikt als conserveringsmiddel. Wanneer men éénmaal een allergie voor formaldehyde opgelopen heeft, kan bij contact met formaldehydehars een, in eerste instantie lichte, vorm van textielallergie optreden. In dat geval dient men elk nieuw kledingstuk van te voren te wassen, zodat zoveel mogelijk van de overmaat aan formaldehyde wordt verwijderd. Kleding gemaakt van wol, acryl en nylon bevat maar zelden een relevante hoeveelheid formaldehydehars, terwijl in kleding gemaakt van 100% polyester geen hars wordt toegepast. Formaldehyde komt ook voor in een aantal wasverzachters, en kan dan problemen opleveren voor mensen met een formaldehydeallergie. Het veroorzaken van een allergie door wasverzachters zelf  daarentegen is in de literatuur niet gemeld.
– Naast formaldehydeharsen worden tegenwoordig ook “cyclische ureumharsen” gebruikt. Deze harsen geven minder vaak aanleiding tot allergische reacties dan de formaldehydeharsen doordat ze veel minder formaldehyde vrijmaken.
– De overige kwaliteitverbeteraars geven meestal geen aanleiding tot contactallergische reacties.

Hoe ziet allergie voor kleding eruit ?

Huidreacties op textiel worden vooral gezien op plaatsen van het lichaam waar het vochtig is (door transpiratie)  en er wrijving optreedt: de hals, nek en de lichaamsplooien (m.n. in de oksels en de liezen) maar ook de polsen, de binnenzijde van de dijen, de zijkanten van de romp (flanken) en het scrotum (soms enige plaats). Opvallend is dat de huidafwijkingen meestal symmetrisch is.  Soms is een afdruk van een speciaal kledingstuk waarneembaar, soms van een onderdeel (bandvormige huidafwijkingen bij een contactallergie op rubbertoevoegingen verwerkt in het elastiek van ondergoed of elastische steunkousen).  De huidafwijkingen zien eruit als eczeem met een subacuut tot een chronische karakter : van jeukende rode schilferende bulten, – plekken of plakkaten soms met kleine bloeduitstortinkjes (purpura) tot droge schilferende huid met kleurveranderingen (donkere plekken). Urticaria of netelroos (d.w.z. het optreden van galbulten binnen enkele minuten tot enkele uren) op textiel komen veel minder vaak voor dan contacteczemen. Voorbeelden van incidentele veroorzakers van een urticaria zijn wol, zijde, nylon en formaldehyde-finish.

Hoe wordt allergie voor kleding vastgesteld ?

PLAKTESTEN
Pas wanneer uw verhaal én de lokalisatie van de huidafwijkingen verdacht zijn voor een contactallergie krijgt u een afspraak voor een allergieonderzoek , de bekende “plaktesten”. Hierbij wordt naast een standaardreeks ook een speciale “kledingreeks” gebruikt. U maakt 3 afspraken in 1 week Op de eerste dag worden de te testen stoffen in kleine “kamertjes” met pleisters op de rug geplakt. Op de tweede en vierde dag worden de pleisters weer verwijderd en de test afgelezen. Een test is positief als het opgebrachte materiaal (allergeen) ter plaatse een ontstekingsreactie veroorzaakt.

Wat is de behandeling van allergie voor kleding ?

– Patiënten met contactallergie voor disperse kleurstoffen dienen kleding te dragen van natuurlijke vezels of cellulose en ondergoed van 100% katoen of zijde.
– Bij aangetoonde allergie voor formaldehyde dienen 100% synthetische, wollen, linnen of zijden stoffen te worden gedragen. Daarbij wordt het aangeraden om nieuwe kleding minimaal tweemaal te wassen alvorens te dragen.
– De symptomatische behandeling van een contact allergie is hetzelfde als bij andere vormen van eczeem of dermatitis.

Wat kunt u zelf doen als u allergisch bent voor kledingstoffen ?

Voor milieuvriendelijke en huidvriendelijke modieuze kleding die vrij is van formaldehyde, kunststoffen, lycra en zware metalen kunt u ook terecht bij diverse websites hierover.

Gaat allergie voor kleding vanzelf over ?

Een contact allergie voor kleding behoudt u de REST VAN UW LEVEN ! Het is daarom zaak om de genoemde kledingvoorschriften te blijven opvolgen. De verwachting is dat hiermee de huidklachten langzamerhand zullen afnemen. Indien u toch uw gebruikelijke kleding blijft doorgebruiken  is het goed mogelijk dat u in de loop van de tijd juist voor andere (kleur) stoffen allergisch wordt.

Feedback

Vindt u dit artikel nuttig?

  • Ja
  • Een beetje
  • Nee
Laat ons weten wat u vindt van dit arikel.
Vergeet uw bericht niet!
Staat uw vraag er niet tussen? Vraag het ons op Facebook!

U kunt vragen stellen aan de redactie via facebook Like onze facebook pagina en stel uw vraag.

Hoe veilig is laserontharing eigenlijk?

Mijn moedervlek verandert van vorm, kan dit kwaad ?