Huidbehandelingen

Algemeen

Het scala van zon­nebrand middelen wordt alsmaar gro­ter en groter. Ie­der jaar wordt de markt overspoeld met nieuwe producten die een nog weer betere en ho­gere bescherming bieden tegen de zon dan hun voorgan­gers. Een zonnebrandmiddel is niet bedoeld om langer in de zon te mogen zitten; deze is bedoeld om, gedurende de tijd dat je in de zon bent, de huid beter te beschermen tegen verbranding.

Soorten filters

In de cosmetica industrie worden doorgaans twee soorten fil­ters gebruikt:

  1. Ch­e­mi­s­che filters. Deze stoffen absorberen het ultraviolette licht. Er wordt voornamelijk gebruik ge­ma­akt van PABA, benzop­henone, cinnama­ten, kam­ferver­bindingen en me­thaan­verbin­dingen. Steeds vaker echter worden overge­voelig­heidsre­acties tegen een van deze compo­nenten waar­ge­nomen.
  2. Fy­si­s­che filters. Deze producten vormen een la­ag­je op de huid waardoor het licht wordt ge­r­e­f­l­e­c­t­e­e­rd. De­ze producten la­ten vaak een wit­te laag ach­ter wa­a­r­d­oor ze cosmetisch minder ac­ce­p­ta­bel zijn. De st­of­fen die ge­br­u­ikt wo­r­den zijn zi­nk­ox­ide en ti­t­aa­n­di­ox­ide.

Welk zonnebrandmiddel moet ik gebruiken ?

De uiteindelijke bereikte graad van bescherming op de huid wordt bepaald door 4 factoren

  1. De huidtype
  2. De gekozen zonbeschermingsfactor (SPF)
  3. De zonkracht
  4. De wijze van aanbrengen van het zonnebrandmiddel

1. DE HUIDTYPE

Er bestaan 6 verschillende huidtypes:

  • Huidtype I: verbrandt altijd, wordt niet bruin;
  • Huidtype II: verbrandt meestal, wordt een beetje bruin;
  • Huidtype III: verbrandt zelden, wordt goed bruin;
  • Huidtype IV: verbrandt nooit. wordt diep bruin (mediterrane type);
  • Huidtype V: aziatische type;
  • Huidtype VI: negroïde type.

Op verschillende websites worden verschillende adviezen gegeven. Huidarts.com is geen voorstander van het gebruik van een zogenaamde afbouwende sterkte. Het advies om aan het begin van de vakantie een hoge factor te gebruiken en later te wisselen naar een lagere factor leidt in de praktijk toch regelmatig tot zonverbranding. De huidige  adviezen zijn een stuk eenvoudiger geworden:

Personen met een huidtypes I-IV kunnen op een gewone dag wel volstaan met dagelijks een SPF 20. Op een zonnige dag minimaal SPF 30. Aziatische huidtypes (type V) kunnen volstaan met een SPF 20 zowel op een bewolkte als op een zonnige dag. Mensen met een zonneallergie dienen SPF 50 te gebruiken als ze de zon ingaan. Mensen met huidtype VI (negroïde ras) hoeven nooit een zonnebrandmiddel te gebruiken.

2. DE ZONBESCHERMINGSFACTOR

De bescher­ming tegen de zon wordt uit­gedrukt in de zoge­naamde bescher­mings­fac­tor of sun protection factor (SP­F). Simpel uitgelegd betekent een beschermingsfactor van bijvoor­beeld 20, dat iemand bij ge­bruikt van het be­treffende product 20 X zo lang in de zon kan blijven zonder te verbran­den als zonder het gebruik van dit product. De duur van de werkelijke bescherming is afhankelijk van de huidtype, de zonkracht en hoe goed het middel op de huid is aangebracht (lees verder).

De meeste fabrikan­ten ver­melden op de verpak­king alleen de SPF te­gen UV-B stralen. Dit is be­grijpelijk omdat dit de straling is die de meeste verbran­ding ver­oorzaakt. De meeste producten hebben dan ook alleen een SPF die werkzaam is in het UV-B spec­trum. De laatste tijd komen er ech­ter steeds meer producten bij die tevens een SPF be­vatten tegen UV-A straling. Producten die een hoge filter bevatten tegen zo­wel UV-B als UV-A bieden de beste bescherming. Let op niet alle producten beschermen voldoende tegen UVA stralen. Er moet een erkende UVA logo op de verpakking of tube staan.

In deze tijd van huidkankerepidemie zijn SPFs lager dan factor 20 bijna overbodig geworden. Ze zijn gewoonweg niet sterk genoeg om uw huid optimaal te beschermen

3. DE ZONKRACHT

De tijd die men kan doorbrengen in de zon zonder te verbranden is ook sterk afhankelijk van de zonkracht. De zonkracht is een maat voor de hoeveelheid ultraviolette straling (UV) in het zonlicht die de aarde bereikt. De zonkracht (UV-index) kan in Nederland variëren van 0 tot 10, in landen dichter bij de evenaar en in de bergen kan de zonkracht een waarde van 15 of hoger halen. Bij een lage zonkracht (0-4) verbrandt de huid minder snel dan bij een hoge zonkracht (7-10 en hoger). De zonkracht neemt toe naarmate de zon hoger staat en varieert met de seizoenen en het moment van de dag. De zonkracht hangt ook af van de hoeveelheid bewolking. Warmte heeft geen invloed: op een koele zonnige dag kan de zonkracht even sterk of sterker zijn dan op een warme dag. Wel is de hoeveelheid UV afhankelijk van wolken, vocht of stof in de atmosfeer en van de hoeveelheid ozon.

Om een zonkracht om te rekenen in het aantal minuten in de zon voordat een ongewende huid gaat verbranden kan de volgende tabel gebruikt worden:

Huidtype 1 : 67 minuten / zonkracht
Huidtype 2 : 100 minuten / zonkracht
Huidtype 3 : 200 minuten / zonkracht
Huidtype 4: 300 minuten / zonkracht

Rekenvoorbeeld: Bij zonkracht 4 en huidtype 2 begint de huid te verbranden na 25 minuten in de zon (100 minuten / 4 = 25 minuten). Met een factor 20 zonnebrandcrème, kan dezelfde persoon 20 X 25 = 500 minuten (ruim 8 uur) in de zon blijven zonder te verbranden. Voorwaarde is dat de crème overal wordt aangebracht, in een voldoende dikke laag (bij product testen wordt 2 mg/cm² aangebracht), en dat na zwemmen en sporten opnieuw wordt ingesmeerd. Zweet en water verdunt namelijk het middel waardoor de beschermingsgraad vermindert. Sommige crèmes claimen ‘waterproof’ te zijn, maar het is toch verstandiger om regelmatig bij te smeren.

U kunt de dagelijkse zonkracht vinden op verschillende weer websites. De getallen gelden bij onbewolkte hemel, en bij gebroken bewolking. Bij een gesloten wolkendek is de zonkracht ongeveer de helft. De zonkracht getallen gelden op zeeniveau. Als er geen sneeuw ligt neemt de zonkracht met ongeveer 5% per kilometer hoogte toe. Als er sneeuw ligt in de bergen kan de zonkracht tot twee maal zo sterk zijn dan aangegeven. Op een besneeuwde ondergrond reflecteert ook licht van onderen op het gezicht en verbranden kin en neus eerder. In de kou is de huid ook gevoeliger voor de zon dan als het warm is.

Zonnebrandmiddelen-tekst-foto

4. HET JUISTE GEBRUIK VAN HET ZONNEBRANDMIDDEL

Onderzoek heeft aangetoond dat mensen het zonnebrandmiddel te dun, te weinig en te laat op de huid aanbrengen. Ons advies is om het middel ruim, en egaal over de huid in te smeren en dan zo’n 30 minuten vóórdat u de zon ingaat. Het duurt dus even voordat de zonnefilter zijn werk kan doen. Breng het zonnebrandmiddel nogmaals aan na inspanning (bijv. sporten of zwemmen). Blijft u de hele dag buiten smeer dan het middel om de 2 uur in. Zoek daarnaast regelmatig de schaduw op en draag een hoed met een brede rand. Pas wanneer u zich aan deze adviezen houdt bereikt u de daadwerkelijke graad van bescherming die op de verpakking van het zonnebrandmiddel staat.

UV beschermende zwemkleding

Huidarts.com raadt ook mensen aan om UV beschermende zwemkleding te dragen zowel voor kinderen als voor volwassenen. Dit is vooral aan te raden wanneer u de hele dag onder de felle zon in het water bevindt bijvoorbeeld, zee (boot-, zeil of snorkeltripjes) of zwembad. Klik hier voor een betrouwbare dealer van UV beschermende zwemkleding.

Wat is bekend over het effect van zonnebrandmiddelen op het voorkómen van huidkanker ?

ALGEMEEN:

-Ultraviolette straling is de belangrijkste veroorzaker van huidkanker
-Een zonnebrandcrème is nodig omdat de natuurlijke bescherming van de (blanke) huid onvoldoende is.
-Een goede zonnebrandcrème is de crème die voldoende beschermt tegen zowel UVB als UVA stralen.

FEITEN

  1. Zonnebrandcrèmes verminderen het risico op ontstaan van huidkankers en voorstadia van huidkankers
  2. Zonnebrandcrèmes verminderen het risico op huidkanker door
    -voorkomen van DNA schade
    -voorkomen van UV geïnduceerde immuunsupressie
  3. Zonnebrandcrèmes verminderen de hoeveelheid moedervlekken bij kinderen en mogelijk ook de kans op melanomen.
  4. Zonnebrandcrèmes verminderen het risico op zonlicht gerelateerde huidaandoeningen (zoals zonneallergie) en huidveroudering.
  5. Het gebruik van zonnebrandcrèmes heeft bijgedragen bij tot vermindering van het aantal mensen met huidkanker in Australië.
  6. Regelmatig gebruik van zonnebrandcrème leidt niet tot een gebrek aan vitamine D.
  7. Het is tot nu toe niet bewezen dat zonnebrandcrèmes kankerverwekkend zijn of andere gezondheidsproblemen geven.
  8. Zonnebrandcrèmes worden over het algemeen te weinig, te dun, te laat en met een te lage beschermingsfactor toegepast .

Bruin zonder zon

Steeds vaker wordt ge­bruik ge­maakt van bruin zon­der zon pro­dukten of zelf­brui­ners. Deze pro­dukten bieden de mogelijk­heid een bruine kleur te ver­krijgen zonder dat er zon aan te pas komt. Men kan drie soor­ten zelf­brui­ners onder­sch­eiden:
– De meeste zelfbrui­ners maken gebruik van dihydroxy-aceton (DHA) en la­wson. Dit zijn stof­fen die zich hech­ten aan de bovenste laag van de opper­huid en door oxyd­atie een bruine kleur veroorzaken (als het ware een soort roest reactie van de huid). Na een paar dagen ver­dwijnt de kleur door het normale afschilfe­ringspro­ces van de huid. Belangrijk is de crème egaal aan te brengen anders ontstaan donkere vlekken of vegen. Tegenwoordig zijn er ook zelf­bruiners op de markt die tevens een SPF be­vatten zodat ze ook bij het zonnen ge­bruikt kunnen wor­den.
– Naast de zelfbrui­ners die DHA en lawson bevatten, bestaan er produc­ten die tyrosine bevatten. Uit tyro­sine wordt in de pigmentcellen pig­ment (melanine) ge­vormd. Tyrosine kan dus worden beschouwd als een voorloper van het melani­ne. Door deze stof op de huid aan te brengen ont­staat een toename van de vorming van mela­nine en dus een bruine kleur. Deze stoffen worden ook wel “preta­nners” ge­noemd. Ook hier geldt dat een vlekkig resultaat ontstaat wanneer de crème niet egaal wordt aan­ge­bracht.
– Tot slot zijn er producten die berga­mot-olie bevatten. Deze stof houdt de UV-B tegen maar ver­sterkt de werking van UV-A stralen. Hierdoor is het mo­gelijk al bij een geringe dosis UV-A stralen bruin te worden. Deze stof­fen vallen dan ook niet echt onder de zelfbrui­ners omdat er wel zo­nlicht bij nodig is. Doordat de UV-A stra­ling niet wordt te­gengehouden en het effect juist wordt versterkt, ver­sterken deze mid­delen de veroude­ringsef­fecten van de zon op de huid. Mensen met huidty­pe I en II moeten voorzichtig om­springen met deze producten omdat zij ook tot zonne­brand aanleiding kunnen geven.

Feedback

Vindt u dit artikel nuttig?

  • Ja
  • Een beetje
  • Nee
Laat ons weten wat u vindt van dit arikel.
Vergeet uw bericht niet!
Staat uw vraag er niet tussen? Vraag het ons op Facebook!

U kunt vragen stellen aan de redactie via facebook Like onze facebook pagina en stel uw vraag.

Hoe veilig is laserontharing eigenlijk?

Mijn moedervlek verandert van vorm, kan dit kwaad ?